Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons English

Home >> Artikelen " antithese" >> Wanneer heerst de Messias?

Wat zijn nu de taken van een priester? We hoeven niet op te sommen wat de priesters allemaal moesten doen en laten. Het kan namelijk met 2 zinnen worden omschreven:

  1. De ongerechtigheden van het volk [Israël] dragen.
  2. Verzoening doen voor het volk dat gezondigd heeft en voor ieder individu dat gezondigd heeft, voor het aangezicht van ADONAI יהוה, onze God.

In Jesaja 53 wordt omschreven hoe een man de ongerechtigheden van zijn volk zal dragen en in hoofdstuk 49 van dit boek staat dat hij een dienstknecht van onze God is, die “Israël” wordt genoemd: “Met God en mensen hebben geworsteld en het hebben overkomen (of “overwonnen”, of “overleefd”)”. Het volk Israël dat gezondigd heeft of een individu van Israël dat gezondigd heeft, kan en mag geen verzoening doen voor zichzelf voor het aangezicht van onze God, behalve een priester.

We lezen in de TeNaCH ook dat onze God eerst alle stammen van Israël bij elkaar zal brengen en niet enkel de Joden [Judeeërs jehoediem = nakomelingen van Juda & inwoners van koninkrijk/provincie Judea]. We kunnen dit vooral in Ezechiël 37 lezen.
Vers 1 tot en met vers 10 laat in beeldspraak zien hoe heel het huis van Israël weer ‘tot leven’ zal worden gebracht en dit wordt in de verzen 11 tot en met 14 uitgelegd. ‘De graven’ in vers 12 staan voor de landen waar geheel het huis van Israël naartoe verdreven zijn.
De verzen 15 tot en met 23 laten zien dat onze God de beide koninkrijken tot 1 koninkrijk zal maken en dat geheel het huis van Israël nooit meer andere goden met de daarbij behorende rituelen achterna zal lopen.
De laatste verzen 24 tot en met 28 vertelt ons dat onze God in het midden van dit Israël zal verblijven.

En zo zien wij dat de koning niet eerder zal heersen dan dat geheel Israël weer bij elkaar is gebracht en wel in het land van onze vaders.

Koning en priester

Laten wij Ezechiël 37:24-25 eens uitlichten.

In vers 24 wordt van Gods dienstknecht David gezegd dat hij koning [mellech] zal zijn in de toekomende tijd en wel over geheel Israël (dat is niet enkel over de Joden).
Een vers later wordt hij door onze God hun “nasi l’olam” genoemd.
“L’olam” betekent “voor eeuwig” en “nasi” is in onze vertaling naar “prins/vorst” vertaald. Het betekent eigenlijk “degene die opgeheven/gerezen is”. Dit wordt vaak vertaald naar “prins; chef; kapitein; leider”.
Nasi is van het stamwoord “nasa”, wat “optillen; dragen; ondersteunen; volhouden; verdragen; nemen; wegnemen; wegdragen; vergeven” betekent.

Laten wij dan nu eens Psalmen 110 onder de loep nemen.