Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Moadiem Over ons English

Home >> Artikelen " antithese" >> Kan Yeshua/Jezus wel “de Koning van Israël” zijn?

Kan Yeshua/Jezus wel “de Koning van Israël” zijn?

5 Chesjwan 5778 | 25 oktober 2017

Dit is een zeer interessante vraag, waar niet lichtzinnig over gedacht moet worden. Deze vraag kan ontstaan na het lezen van de criteria waaraan de Messias zou moeten voldoen, volgens de Joodse traditie. Zo moet hij, onder andere, Joods zijn en lid zijn van de stam Juda; om lid te kunnen zijn van de stam Juda moet de biologische vader lid zijn van de stam Juda en hij moet een directe afstammeling zijn van David en Salomo, beide koningen geweest van ‘groot’ Israël. Bovendien vindt men de genealogie, die in Matthéüs 1 en in Lukas 3 te vinden zijn, inconsequent. De een loopt van David naar Salomo en de ander van David naar Nathan. En beide komen uit bij Jozef, de man van Mirjam/Maria waaruit Yeshua is geboren. Bij het lezen van deze criteria ontluikt bij mij onmiddellijk een vervolgvraag en die luidt:

“Komt de Messias wel uit de lijn David ⇒ Salomo?”

Laten wij op deze twee vragen een antwoord vinden.

De Messias

Wanneer men over de Messias spreekt, dan linkt men dit alleen naar de koning. Het Hebreeuwse woord voor “messias” is “mashiach [masjie’ach]” en het komt van het woord “mashach [masjach]” wat “gezalfd” betekent. “De Messias” is in het Hebreeuws “HaMashiach [hamasjie’ach]: De Gezalfde.

Wie werden nu voor hun ambt gezalfd? Dat waren de koningen, profeten en priesters. Zij werden gezalfd – mashach – voordat zij hun ambt bekleedden.
Als wij echter in de Hebreeuwse Bijbel – de TeNaCH [OT] – gaan zoeken naar het woord “hamashiach [de gezalfde]”, dan komen wij die slechts vier keer tegen en alle vier vinden wij ze in het boek Vayikra/Leviticus. Drie keer in hoofdstuk vier en een keer in hoofdstuk 6. Alle vier verwijzen naar de priesters. Waarom? Waarom worden alleen de priesters “de messias [hamashiach = de gezalfde]” genoemd en niet de koningen, zoals koning David bijvoorbeeld en ook niet de profeten, bijvoorbeeld de bemiddelaar & profeet Moshe/Mozes? Omdat de priesters de enige waren die de ongerechtigheden van het volk met zich droegen en (symbolisch) de zonden van het volk deels opaten (Shemot/Exodus 28:36-38; Vayikra/Leviticus 6:25-26 [18-19]; 10:16-17). Als een priester had gezondigd, dan automatisch ook het volk. Dit was dan ook de reden waarom een priester dan dezelfde offer moest offeren als het volk: een jonge stier (Vayikra/Leviticus 4).

Over de komst van de Messias wordt in B’reshiet/Genesis 3:14-15 al gesproken. Hier wordt vermeld dat een zera, wat uit haar zal komen, de zera van de slang de kop zal vermorzelen. Het Hebreeuwse woord “zera” betekent letterlijk “zaad, sperma, kroost/nakomelingschap, oogst van het gezaaide, zaaitijd”. Merk op dat hier over haar zera wordt gesproken en niet over zijn zera. Ook in het boek Yeshayahu/Jesaja staat omschreven dat een almah [een jonge ongetrouwde vrouw = maagd] zwanger zal raken en een zoon zal baren (Yeshayahu/Jesaja 7:14). Ook hier wordt niet over zijn zoon/zoon van [beno] gesproken. Dat de Messias een biologische vader moet hebben, is tegen de TeNaCH in gesproken.

Wat we ook moeten weten, is wat het Aramese woord “bar בר” en het Hebreeuwse woord “ben בן” betekent. Dit is overal vertaald naar “zoon (van)”, maar dit is niet de enige betekenis van deze twee woorden. De woorden “bar & ben” betekenen “(adoptie)zoon, kleinzoon, schoonzoon, stiefzoon, student en volger”. Zo noemt een leerling zijn rabbijn “vader”.

Als we de genealogie volgens Lukas bekijken, dan zien we staan: “Jezus, … zoon van, naar men meende, Jozef, zoon van Heli [Eli], …”. In het Grieks staat er “huios” te lezen in plaats van “zoon (van)”. Huios betekent “een zoon (bij geboorte of door adoptie), afstammeling”. Figuurlijk gesproken is het iedereen die ‘dezelfde natuur/aard/karakter’ heeft als hun vader.
De vertaling “naar men meende” is van het Griekse “enomizeto”. Dit is van het werkwoord “nomizo”, wat afkomstig is van “nomos”, wat “wet” betekent. Nomizo betekent “ik beoefen, volgens de gebruiken, ik acht/denk/veronderstel/neem aan”. De beste vertaling zou zijn “volgens de gebruiken”:

“En hij, Yeshua/Jezus, was ongeveer 30 jaar toen hij zijn dienstwerk begon. *Hij was, volgens de gebruiken, zoon van Jozef, zoon van Heli,*

* Hij was – ben [adoptiezoon]-Josef, ben [schoonzoon]-Heli, …

Zo begint Lukas aan zijn lijst. Hij vermeldt in vers 23 volgens de Griekse vertaling slechts een keer het woord voor zoon “huios”, wat zowel bij geboorte of door adoptie kan zijn en vervolgt dan: “tou Eli tou Matthat tou Leui tou Melchi …”, vertaald: “de Heli, de Matthat, de Levi, de Melchi, …”.

Matthéüs begint met het vermelden waar zijn genealogie betrekking op heeft; van wie het is. Hij plaatst als het ware een titel, waarin hij vermeldt: “Yeshua HaMashiach ben-David ben-Avraham”; in het Grieks: “Iesou Christou huiou Dauid huiou Abraam”.
Als hij dan met de opsomming begint, spreekt hij over “verwekken” en begint hij bij Avraham/Abraham. Hij eindigt met Jozef, die de man van Mirjam/Maria is, uit wie Yeshua/Jezus geboren is. Van Jozef op Yeshua/Jezus spreekt hij niet meer van “verwekken”, zoals hij dat in de titel ook niet heeft gedaan. Dit “verwekken” komt overeen met het Hebreeuwse woord “zera”.
Lukas haalt de geslachtslijn aan van Mirjam/Maria, wiens vader Heli is en Matthéüs haalt de geslachtslijn van Jozef aan, die getrouwd is met Mirjam en diens zoon Yeshua/Jezus niet enkel als “stiefzoon” in zijn huis heeft gehaald, maar hem heeft geadopteerd. Jozef was degene die op de 8ste dag na Yeshua’s geboorte met hem naar de Tempel is gegaan om hem te laten besnijden.

Uit de lijn David - Salomo

In Genesis 49:10 staat te lezen dat de scepter niet van Yehudah/Juda zal wijken, totdat Silo komt. Opmerkelijk dat toen b’nei Yisra’el/de kinderen van Israël een koning wilden, dat onze God toen via zijn profeet Shmu’el/Samuël de Benjaminiet Sha’ul/Saul tot koning heeft gezalfd. De enige verbinding die David ben-Yisaï [zoon van Isaï], van de stam Yehudah/Juda, met Saul had, was het verbond wat hij met Sauls zoon Jonathan was aangegaan (I Samuël 18-20). Toch werd David door God via Gods profeet Samuël tot koning gezalfd, en wel toen Saul nog in leven was en nog koning was.

Tegen David heeft onze God gezegd dat zijn zera [zar-acha זרעך = jouw zera] na hem [achareicha אחריך = achter u/na u (nadat David overleden is)] zal regeren en dat hij [Davids zera] een huis voor יהוה [YHWH] zal bouwen [II Samuël 7:12-13]. En dat gebeurde ook! Salomo, Davids zoon, regeerde na hem over (wat ik noem) Groot Israël en bouwde een huis voor יהוה. Echter, er staat ook te lezen dat zijn troon in zijn koninkrijk ad-olam [voor altijd/eeuwig] zal worden bevestigd en dat is niet gebeurd. Zo regeerde Salomo’s zoon Rehabeam niet niet over Groot Israël, maar over het kleinste deel, het zuidelijke koninkrijk genaamd Judea. En zo ook al zijn nazaten, tot en met Jechonia/Chonia. Daarna stopt het. De nazaten van Chonia worden door יהוה, Onze God, niet als nazaten voor de troon meegerekend (Jeremia 22:28-30; II Koningen 24:6-16; Jeremia 39:6; II Koningen 25:7).Hoe zit dit nu? Heeft onze God aan David een belofte gemaakt, welke de Almachtige en Alwetende achteraf bekeken toch niet na kon komen? Nog een vraag om antwoord op te vinden.

Jechonia/Chonia/Jojachin

Jechonia/Chonia is een en dezelfde als Jojachin, vermeld in II Koningen 24:6-16. In vers 17 van dit hoofdstuk staat dat de koning van Babel de oom van Jojachin, genaamd Mattanja – wiens naam werd veranderd door deze koning in “Zedekia” – in de plaats van Jojachin heeft gesteld om over Judea te regeren. Echter … zijn zonen zijn allemaal omgebracht, wat wij in Jeremia 39:6 en in II Koningen 25:7 kunnen lezen. Dat zou dus betekenen dat de lijn David – Salomo gesloten is voor het koningschap, tenzij er nog andere zonen zijn van Salomo die een claim kunnen leggen op het koningschap. Moet dit echter wel zonen van een vrouw uit de stam Juda zijn! Als wij de belofte van יהוה, Onze God, in herinnering nemen, namelijk de belofte van wie het koningschap niet zal wijken, dan is deze belofte tegen David gesproken aangaande zijn zera [nakomeling/nageslacht = enkelvoud] en niet zozeer aangaande zijn zoon [beno] Salomo en diens nakomelingen [= meervoud]. En de belofte van יהוה, Onze God, namelijk waar de scepter niet van wijken zal totdat Silo komt, is over Juda gesproken.

In 2 Samuël 7:14 lezen we dat als Davids zera ongerechtigheid pleegt, dat hij dan door onze God zal worden getuchtigd met de roede van de mannen en met de geselingen van de mensen. We weten waar de ongerechtigheid van Salomo uit bestond. Hij is andere goden achterna gaan lopen en heeft tempels/paleizen voor deze gebouwd. In vers 15 lezen wij vervolgens dat ondanks de ongerechtigheid die Davids nakomeling zou plegen, onze God Zijn Chesed [liefdadigheid; vriendelijkheid; genade] niet van hem weg zal nemen, zoals Hij dat bij Saul wel heeft gedaan. En dit is ook niet gebeurd, want de straf is pas na Salomo ingegaan. Echter moeten wij nu wel naar een andere zera van koning David zoeken, die wel ad-olam op zijn troon in zijn koninkrijk zal zitten.

De shoresh [sjoresj = wortel/stronk] van Yisaï

In de profetieën kunnen wij lezen dat de wortel/stronk van Isaï er zal zijn en dat een twijgje uit dorre grond op zal komen. (Jesaja 11:10. Vergelijk Jesaja 53:1-2 en Zacharia 6:9-15 eens met Jesaja 11:10).

Yisaï/Isaï [in het Engels Jesse] is de vader van koning David. Via David had Isaï nakomelingen die de troon hebben bestegen. Zij waren koningen van ‘groot’ Israël en van het kleine zuidelijk gelegen koninkrijk Yehudah/Judea. In de profetieën van Ezechiël 17 lezen wij dat de boom – ceder – een symboliek is voor het koningschap en dus moet Isaï’s ceder al een heuse boom geweest zijn. Echter is deze boom bij Chonia afgezaagd, maar niet voordat er een stekje ervan genomen is!

Ezechiël 17:22-24
Zo zegt de Heere [Adonai] HEERE [YHWH]: Ík zal Zelf een deel van de kruin van de hoge ceder nemen en in de grond zetten. Van de top met zijn jonge loten zal Ik een breekbaar twijgje afplukken en Ik zal dat Zelf op een hoge en verheven berg planten. Op de hoge berg van Israël zal Ik het planten. Het zal takken dragen, vruchten vormen en een machtige ceder worden, zodat daaronder allerlei soorten vogels zullen wonen: in de schaduw van zijn takken zullen ze wonen. Dan zullen alle bomen van het veld weten dat Ík, de HEERE, de boom die hoog van stam is, vernederd heb. De boom die laag van stam is, heb Ik verheven, de jonge boom doen verdorren en de verdorde boom heb Ik doen uitlopen. Ík, de HEERE, heb gesproken en zal het doen.
Uit: Herziene Statenvertaling

Genealogie

Laten wij dan nu de geslachtsregisters van Matthéüs en Lukas erbij halen en deze naast de boeken I en II Koningen leggen, waarin de koningen van Judea worden vermeld:

I en II KoningenMatthéüs (spreekt over verwekken)Lukas (spreekt over bar/ben)
Saul [Was niet de vader van David]. Lid van de stam Benjamin
DavidDavidDavid (ben-Isaï)
SalomoSalomoNathan (ben-David)
RehabeamRehabeamMattatha (ben-Nathan)
AbiaAbiaMaïnan (ben-Mattatha)
AsaAsaMeleas (ben-Maïnan)
JosafatJosafatEljakim (ben-Meleas)
Jehoram/JoramJehoram/JoramJonan (ben-Eljakim)
AhaziaJozef (ben-Jonan)
JoasJuda (ben-Jozef)
AmaziaSimeon (ben-Juda)
Azaria/UzziaAzaria/UzziaLevi (ben-Simeon)
JothamJothamMatthat (ben-Levi)
AchazAchazJorim (ben-Matthat)
HizkiaHizkiaEliëzer (ben-Jorim)
ManasseManasseJoses (ben-Eliëzer)
AmonAmonEr (ben-Joses)
JosiaJosiaElmodam (ben-Er)
Jóahaz (zoon van Josia)Kosam (ben-Elmodam)
Eljakim/Jójakim (zoon van Josia)Addi (ben-Kosam)
Jojachin/Jechonia/ChoniaJojachin/Jechonia/ChoniaMelchi (ben-Addi)
SealthiëlNeri (ben-Melchi)
ZerubbabelSealthiël (ben-Neri)
AbihudZerubbabel (ben-Sealthiël)
EljakimRhesia (ben-Zerubbabel)
AzorJoanas (ben-Rhesia)
ZadokJuda (ben-Joanas)
AchimJozef (ben-Juda)
EliudSemeï (ben-Jozef)
EleazarMattathias (ben-Semeï)
MatthanMaät (ben-Mattathias)
JakobNaggai (ben-Maät)
Jozef [de man van Mirjam]Esli (ben-Naggai)
Naüm (ben-Esli)
Amos (ben-Naüm)
Mattathias (ben-Amos)
Jozef (ben-Mattathias)
Janna (ben-Jozef)
Melchi (ben-Janna)
Levi (ben-Melchi)
Matthat (ben-Levi)
Heli (ben-Matthat)
Jozef (ben [schoonzoon]-Heli)

Yeshua/Jezus ben [adoptiezoon]-Jozef; zera Mirjam/Maria

Het was gebruikelijk dat de geslachtslijn altijd werd vernoemd van vader op zoon. Nooit van moeder op zoon, of, van moeder op dochter.
Jozef was in het echt verbonden met Maria … zij die Jezus heeft gebaard. Hierdoor werd Maria in het huis van Jozef opgenomen en werd Jozef als Maria’s “hoofd” medeerfgename van Maria’s erfenis. Jozef werd ook naar de wet de vader van Jezus (huios betekent (adoptie)zoon; afstammeling). Dat Jozef Yeshua zijn “huios/ben/bar” noemt, is niet ongebruikelijk binnen het jodendom. Wij vinden dit namelijk in de Mishna Bava Batra 8:6 en in Bava Batra 134a weer terug:

“Als een man zegt: ‘Dit is mijn zoon’, dan wordt hij geloofd.”

Deze Mishna gelezen, heeft betrekking op de erfenis en dat een erfenis ook op de dochters doorgegeven kan worden, kunnen we lezen in Numeri 27:1-12. Van de dochters van Zelafead werd wel geëist dat ze alleen zouden trouwen met mannen van hun eigen stam, daar anders de verdeling van de erfenis verkeerd zou lopen. En dit gold voor iedere vrouw die de erfenis van haar vader heeft gekregen, omdat haar vader geen zonen heeft waaraan de erfenis gegeven kan worden (Numeri 36:1-11).

Tegenstanders van de stelling: “Yeshua/Jezus kan en is de Koning van Israël” lezen veel artikelen in de Geschriften die voornamelijk over het Goede Nieuws gaan – welke in de volksmond “Brit Chadashah/Nieuwe Testament” wordt genoemd. Met betrekking tot dit onderwerp, is de hierboven in een tabel aangehaalde geslachtsregister een geliefd onderwerp om aan te tonen dat er heel wat mis is met de claim dat Jezus de beloofde Messias en Koning zou zijn.

Er zijn een aantal items waar men aan voorbij gaan.
Ten eerste aan een eeuwenoude regel dat een geadopteerd kind een volwaardige erfgename is. Denken wij bijvoorbeeld aan Jakob, de opa van Manasse en Efraïm. Deze twee jongens waren zonen van Jozef, de oudste zoon van Rachel en de 11e zoon van Jakob. Deze twee jongens waren in Mitsraym [Egypte] geboren en hadden een Egyptische moeder. Toen Jakob hen ontmoette, heeft hij ze geadopteerd, waardoor zij ook directe erfgenamen van Jakob werden. Jozef was onderkoning van Egypte en had daarmee van יהוה, Onze God, via de Farao zijn deel gehad. Namelijk, dat notabene zijn eigen vader – evenals zijn broers – zich naar hem moesten richten en voor hem moesten buigen voor voedsel. Echter, doordat zijn twee zonen door zijn vader Jakob werden geadopteerd, deelden zij in de erfenis namens hun vader Jozef en zo ook hun nakomelingen. Had Jakob dit niet gedaan, dan deelden zij de erfenis die via hun vader Jozef tot hun was gekomen, die op zijn beurt weer afhankelijk was van de Farao. Waar de Mishna – Bava Batra 8:6 – mijns inziens naar verwijst, is de adoptie waardoor men een man kan en mag geloven dat zijn zoon ook daadwerkelijk zijn zoon en erfgename is en daarmee ook tot een volwaardige nakomeling van de voorvaderen van de man kan worden gerekend.

Ten tweede gaat men voorbij aan een passage uit B’reshiet/Genesis, wat ik op pagina 1 ook heb aangehaald:

B’reshiet/Genesis 3:14-15
Toen zei de HEERE God tegen de slang: Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder alle dieren van het veld! Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven. En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht [זַרְעֲךָ֖ zar-acha] en haar Nageslacht [זַרְעָ֑הּ zar-aah]; Dat hij [ה֚וּא hoe’] zal u de kop vermorzelen [יְשׁוּפְךָ֣ jesjoef-chaa = hij zal jouw vermorzelen רֹ֔אשׁ rosj = hoofd], en u zult Het ons de hiel vermorzelen [תְּשׁוּפֶ֥נּוּ tesjoefenoe = jij zult ons vermorzelen].
Uit: Herziene Statenvertaling

Hebreeuws kent geen onzijdige woorden. Het woord is mannelijk of vrouwelijk.
Zar-acha en zar-aah komen beide van het woord zera זרע, wat letterlijk “zaad, sperma, kroost/nakomelingschap, oogst van het gezaaide, zaaitijd” betekent. Herziene Statenvertaling heeft het naar “nageslacht” vertaald, wat een terechte vertaling is. Het is letterlijk een nakomeling wat uit iemands lende/buik voortkomt; of-te-wel, wat je biologische zoon/dochter is.

Merk op dat hier specifiek over haar zera gesproken wordt, en niet over zijn zera.
In Yeshayahu/Jesaja 7:14 vinden wij dit weer terug:

Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd [הָעַלְמָ֗ה haa-almaah] zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.
Uit: Herziene Statenvertaling

Haa-almaah betekent “de jonge ongetrouwde vrouw” en volgens mijn woordenboek, door Dr. Menachem Bolle & Jitschak Pimentel geschreven, betekent almaah “meisje; juffrouw (deftig)”. Terecht heeft Herziene Statenvertaling dit naar “maagd” vertaald. Tegenwoordig wordt het normaal bevonden als een almaah voor het huwelijk gemeenschap heeft met een man. In die tijd – en tegenwoordig, binnen enkele culturen – werd je dan zonah [זֹנָה] genoemd, wat zoveel betekent als ‘hoer’. Daarbij komt dat wanneer een almaah dit had gedaan en het werd bekend en dit werd overeenkomstig 2 of meer [ware] getuigen bevestigd, dan moest ze in de deuropening van haar vaders huis worden geplaatst, alwaar zij met stenen werd bekogeld totdat de dood intrad.

Met dit alles in ogenschouw genomen, kunnen wij stellen dat de Messias geen biologische vader heeft. Wel een biologische moeder, die dan een nakomeling van koning David moet zijn.
Yeshua heeft een moeder, waaruit hij geboren is. Zij is een nakomeling van koning David, via diens zoon Nathan. Haar man Jozef is ook een nakomeling van koning David, en wel van diens zoon koning Salomo. Echter moesten de zonen van Salomo’s nakomeling – en dus van Jozefs voorvader – Jojachin/Jechonia/Chonia niet tot de troon van koning David worden meegerekend. Dit houdt in dat Jozef geen claim kon leggen op de troon van koning David.

Er kunnen nu twee dingen hebben afgespeeld:

  1. Chaggai/Haggai 2 verklaart dat onze God, de Alwetende en Almachtige, zijn ‘vloek’, gesproken over Chonia, terug heeft gedraaid;
  2. Onze God, de Alwetende en Almachtige, heeft allang voorzien wat de nakomelingen van Salomo zouden doen en onze God heeft via de profeten Yechezkel/Ezechiël en Chaggai/Haggai laten weten hoe Hij Zijn belofte alsnog na kan komen aan koning David, maar ook aan koning Salomo.

Samengevat

  • Koning David is een nakomeling van Yisaï/Isaï [Jesse].
  • Isaï is geen koning geweest. Toch staat er dat zijn wortel/stronk [sjoresj] er zal zijn, dat als een banier [nes] tot de volken [amiem] zal staan en dat naar hem de natiën [goyim] zullen zoeken (Yeshayahu/Jesaja 11:10). Wanneer de natiën de banier zullen zien, die door onze God omhoog wordt gestoken, dan zullen de natiën “de zonen en dochters van Sion” naar Sion [terug]brengen (Yeshayahu/Jesaja 49:22).
  • Er zal een man zijn die de Heichal van Adonai יהוה zal bouwen en zijn naam zal Tsemach zijn, die van zijn plaats op zal komen (Zacharya/Zecharia 6:12).
  • Onze God, Adonai יהוה, heeft van de cederboom een top/kruin genomen. Van de top van zijn jonge scheuten heeft onze God een jong tedere twijgje genomen en op een hoge, verheven berg in Israël geplant (Yechezkel/Ezechiël 17:22-23a). De ceder staat voor het koninkrijk en de twijg is een koninklijk nageslacht (Yechezkel/Ezechiël 17).
  • Er zal uit haar, zera [mannelijk] opstaan die de kop van de zera van de slang zal vermorzelen (B’reshiet/Genesis 3:14-15). Onze God zal Zelf een teken geven, wat bestaat uit een almah [meisje; juffrouw; jonge ongetrouwde vrouw] die zwanger zal worden en een zoon zal baren, die zij de naam Immanoe El zal geven (Yeshayahu/Jesaja 7:14).
  • Yehoshua/Yeshua/Jezus is zera ha-almah Mirjam/Maria en door Mirjam zera Dawid hamelech [een nakomeling van David de koning]. Mirjam is van de lijn David ⇒ Nathan en dochter van Heli. Yeshua is de beloofde zera van David (Lukas 3).
  • Josef/Jozef is ish-Mirjam [de man van Mirjam] en ben-Heli [schoonzoon van Heli]. Josef is van de lijn David ⇒ Salomo en zoon van Jakob. Door zijn huwelijk met Mirjam is hij erfgename geworden van Mirjams erfenis (B’midbar/Numeri 27:1-12; 36:1-11). Yehoshua/Yeshua/Jezus is niet zijn zera maar wel beno [zijn zoon] (Mattityahu/Matthéüs 1; Lukas 3).
  • Zerubavel/Zerubbabel ben-sh’altiël [zoon van Sealthiël] die door onze God tot een zegelring zal worden gemaakt, is van de lijn David ⇒ Nathan. Zijn grootvader heette Neri (Lukas 3). Dit overeenkomstig Chaggai/Haggai 2; Yechezkel/Ezechiël 17; B’reshiet/Genesis 3:14-15 en Yeshayahu/Jesaja 7:14.

Yehoshua/Yeshua/Jezus is de beloofde Messias ben-David in zowel geslacht [zera] als uit het huis van David. Via Mirjam/Maria is hij een nakomeling van David via diens zoon Nathan en via zijn [adoptie]vader Josef/Jozef is hij een [achter, achter, …] kleinzoon van David via diens zoon Salomo. En zo heeft Adonai יהוה, onze God, Zijn belofte aan koning David gehouden dat een zera na hem op zal staan en (uiteindelijk) de Heichal voor de Naam van onze God zal bouwen en dat het huis van David niet zal worden verworpen van de troon, maar voor eeuwig de troon zal behouden.

“Kan Yeshua/Jezus wel de Koning zijn?”

Jazeker! Koning David was toch ook eerst door onze God gezalfd, voordat koning David door het volk uiteindelijk tot koning werd herkend, erkend en gezalfd!