Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons

Mogen wij Gods Naam uitspreken? Vervolg.

Over Yom HaKippurim [Dag der Verzoeningen] in de Bijbel

Dat de hogepriester één keer in het jaar in het Heilige der Heiligen kwam om verzoening voor zichzelf en voor het volk te doen, is inderdaad in de TeNaCH/OT opgeschreven. Dit kunnen we lezen in Leviticus/Vayikra 23:27-32 en in Numeri/B’midbar 29:7-11, maar het meeste nog in Leviticus/Vayikra 16.

In Leviticus/Vayikra 16 staat uitvoerig omschreven wat de hogepriester op Yom HaKippurim moest doen en wanneer. Het volk waarvoor hij het deed, bestond niet enkel uit de afstammelingen van de 12 stamvaders, maar ook uit iedere vreemdeling of inwonende die zich onder hen begaf.

Via Moshe [Mozes] legt Yehovah, onze God, aan Aharon [Aäron] uit dat hij niet zomaar in het Heilige der Heiligen, voor het Kapporet [verzoendeksel] dat op de Aron [Ark] lag, mocht stappen, omdat onze God daar in een wolk zal verschijnen op het verzoendeksel.

Er staat in Leviticus 16 uitvoerig omschreven wat de hogepriester moest doen en in welke volgorde en er wordt specifiek bij vermeld dat eenieder die zijn vader tot hogepriester opvolgt, dat voor hem dan uiteraard hetzelfde geldt.
Wat er echter niet in vermeld staat, is dat dan de enige plaats en tijd is voor de hogepriester – en dan enkel voor de hogepriester – de naam van onze God uit te spreken. Wel staat er dat wanneer de hogepriester verzoening doet, dat dan niemand anders daar aanwezig mag zijn, ook de cohanim [priesters] niet. Ook in het andere hoofdstuk van Leviticus vinden we niet terug dat Gods Naam niet mocht worden uitgesproken, zo ook niet in Numeri.