Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons English

Home >> Artikelen "Moadiem" >> Pesach פְסַח - een offer

Betekenis Hebreewse woord Pesach

Vóór we de geschiedenis induiken, eerst de betekenis van het Hebreeuwse woord / Pesach /.

Hebreeuwse zelfstandige naamwoorden komen van werkwoorden. Iedere werkwoord heeft een stam (in het Hebreeuws / sjoresj / genoemd).

Het zelfstandige naamwoord / pèsach / komt van het werkwoord / liefsoach /.
Het stamwoord van het werkwoord / liefsoach / bestaat uit drie letters:

  1. Pee - פ
  2. Samech - ס
  3. Chet - ח

In een boom (zie afbeelding hieronder) heb ik deze drie letters in de stam bij de wortels geplaatst.
Het werkwoord heb ik in een tak geplaatst en twee zelfstandige naamwoorden heb ik in de bladeren geplaatst.
Onder de boom ga ik verder.

Tekening van een boom, met de Hebreeuwse letters en woorden erin geplaatst

Het woord / sjoresj / betekent niet enkel stam, het betekent ook wortel.

Een sjoresj kan meerdere werkwoorden hebben. In dit voorbeeld heb ik me enkel geconcentreerd op het werkwoord / liefsoach /.

Het werkwoord / liefsoach / betekent: Overslaan [fig.]; (aan) voorbijgaan; stappen (over):

Liefsoach לִפְסֹחַ Werkwoord
Poseeach פּוֹסֵחַ Tegenwoordige tijd, mannelijk, ev.
Poschiem פּוֹסְחִים Tegenwoordige tijd, mannelijk, mv.
Pasach פָּסַח Verledentijd, mannelijk, ev.
Paasechoe פָּסְחוּ Verledentijd, mannelijk mv.
Pasachtie פָּסַחתִי Verledentijd, ev. “ik”

Exodus 12:13 in het Hebreeuws:

וְהָיָה֩ הַדָּ֨ם לָכֶ֜ם לְאֹ֗ת עַ֤ל הַבָּתִּים֙ אֲשֶׁ֣ר אַתֶּ֣ם שָׁ֔ם וְרָאִ֨יתִי֙ אֶת־הַדָּ֔ם וּפָֽסַחְתִּ֖י עֲלֵכֶ֑ם וְלֹא־יִֽהְיֶ֨ה בָכֶ֥ם נֶ֨גֶף֙ לְמַשְׁחִ֔ית בְּהַכֹּתִ֖י בְּאֶ֥רֶץ מִצְרָֽיִם

Vertaald:
En het bloed zal voor jullie een teken zijn op het huis waar jullie zullen zijn, en ik zal het bloed zien en jullie overslaan en er zullen geen plagen zijn die jullie zullen vernietigen wanneer ik het land Egypte zal slaan.

Pesach פֶּסַח Een offer, nodig om over te slaan/aan voorbij te kunnen gaan
Piséach פֹּסֵחַ Een verlamde (aan benen, poten)