Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons English

Home >> Artikelen "Moadiem" >> Pesach פְסַח - een offer

Geschiedenis

Voordat het allereerste Pesach aanbrak, was er het e.e.a. in de loop der jaren daarvoor het nodige aan vooraf gegaan.

Josef, Israëls 11de zoon

Israël werd bij geboorte / Ja’akov / genoemd, Nederlands: Jacob. Die naam betekent: Hij die bij de hiel pakt.
De naam Israël heeft hij te danken doordat hij uiteindelijk met een engel van onze God worstelde. De naam Israël betekent: Met mensen en God hebben geworsteld, en het hebben overkomen.

Josef was de oudste zoon van Israëls vrouw Rachel, en Israëls 11de zoon.
Israël had zijn zoon Josef lief, meer nog dan zijn andere zonen. Eigenlijk proef je aan de schriften dat Israël Josef wat voortrok. Hij kreeg een mooi overkleed van zijn vader, die hij met trots droeg. Zijn broers voelden een minachting naar hem en dat werd versterkt toen Josef hun zijn twee dromen vertelde. Beide dromen vertelden dat men – ook zijn eigen vader, broers en moeders – naar hem toe moesten komen en voor hem moesten buigen voor wat eten. Kun je voorstellen hoe woedend ze op hem waren toen hij die beide dromen aan hen vertelden. Zijn vader, echter, bewaarde de dromen van zijn zoon Josef in zijn hart.

Josef belande als slaaf in Egypte. Dit kwam doordat hij in opdracht van zijn vader bij zijn broers moesten kijken, die de kudde van hun vader aan het hoeden waren. Toen ze hem zagen met zijn mooie kleed, nam hun haat tegenover hun broer de overhand en gooiden ze hem in een kuil. Hun eerste gedachten was hem te doden, maar dat raadde hun broer Reúven [Ruben] af. Hij was Israëls oudste zoon, zijn eerstgeborene. Met Reúven’s bedoeling Josef later uit de put te halen, lieten ze hem daar zitten en gingen een eind verderop zitten. Ondertussen kwam een karavaan Ishmaëlieten langs, en die zagen Josef in de put zitten. Ze haalden hem eruit en verkochten de jongen in Egypte aan een Egyptische man.

Eenmaal in Egypte beland, was onze God יהוה met Josef. Via hem werd het huis van zijn meester gezegend, waardoor Josef algauw tot hoofd der dienaren werd aangesteld. De vrouw van zijn meester kreeg een begeerte naar hem, waar Josef niet op in ging. Toen ze met een list haar zin door wilde drukken door hem bij zijn kleed vast te pakken, trok hij die vlug uit en vluchtte weg. De vrouw verzond gauw een leugen en vertelde aan de andere dienaren en aan haar man dat Josef haar wilde verkrachten en dat ze toen begon te gillen, waarop hij zijn kleed bij haar achterliet en wegrende. Zo belande Josef in de gevangenis, waar onze God ook met hem was.

Ook in de gevangenis werd hij als begunstigde en als een zekere hoofd aangesteld.
Twee dienaren van de Farao belanden in de gevangenis en beide kregen een droom. Josef kon hun de dromen uitleggen en zoals hij het uit had gelegd, zo gebeurde het ook met de beide dienaars van de Farao. De één werd in dienst hersteld en de ander werd ter dood gebracht. Toen de Farao een droom kreeg, en niemand van zijn wijsheren en magiërs zijn droom konden uitleggen, herinnerde de dienaar, die voorheen zelf in de gevangenis had gezeten, Josef en hoe hij zijn droom wist uit te leggen. Farao kreeg van deze dienaar over Josef te horen en op bevel van de Farao werd Josef uit de gevangenis gehaald en voor hem gebracht. De Farao vertelde hem zijn droom en Josef kon hem uitleggen dat het onze God was die aan de Farao middels een droom bekend had gemaakt wat er de komende 14 jaren over het land te wachten stond: 7 jaar aan overvloed en daaropvolgend 7 jaar hongersnood! Josef vertelde de Farao tevens wat hij het beste kon doen en de Farao besloot toen dat Josef onderkoning van Egypte moest worden om het e.e.a. uit te voeren. Behalve de Farao stond iedereen in Egypte onder Josefs autoriteit.