Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons English

Home >> Artikelen "Moadiem" >> Pesach פְסַח - een offer

Hield Jezus Pesach?

Yeshua [Jezus] was als Jood geboren in een Joods gezin.
Als leden van de stam Juda – en daarmee Israëlieten – en getrouwe volgers van de God van Abraham, Izaäk en Jakob onderhield de familie de Vastgestelde Tijden van hun God en namen zij Zijn woord (Torah) tot zich zo vaak ze maar konden. Yeshua is daarom van kinds af aan opgegroeid met het houden van o.a. Pesach en het Festival der Ongezuurde Broden. Pesach werd gehouden op de 14de dag van de Eerste Maand, wat toen al Nisan werd genoemd, en het Festival der Ongezuurde Broden werd vanaf de 15de dag van de Eerste Maand gehouden.
Eenmaal volwassen en begonnen met zijn bediening, heeft Yeshua dit niet veranderd. Met zijn talmidim (discipelen) heeft hij o.a. het Pesach en het Festival der Ongezuurde Broden gehouden.

Avondmaal is de Pesach maaltijd?

Kort en duidelijk gezegd: “Nee”.
Jezus (Yeshua) was Gods Pesachlam die de zonde van de wereld wegnam (Johannes 1:29). Dan kan het nooit zijn dat hij de avond vóór zijn berechting de Pesach maaltijd heeft genuttigd met zijn discipelen.

In Mattheüs 26:17-20 staat te lezen dat de talmidim van Yeshua aan hem vroegen waar hij wilde dat zij de voorbereidingen voor hem moesten doen voor het houden van Pesach. Yeshua geeft hen te antwoord waar hij dat wil houden en zij deden zoals hij hen opgedragen had. Als we dan vervolgens vers 20 lezen, lijkt het alsof ze de Pesach aan het houden zijn. Echter, dat staat er niet!

Ze waren al in Jeruzalem, en wel vanaf de 10de dag van de Eerste Maand. De avond was begonnen en als de zon dan ook onder is gegaan, is de 13de dag van de Eerste Maand aangebroken. Ze zitten in het huis van de persoon in de stad Jeruzalem, waarover Yeshua tegen zijn talmidim had gezegd: “… zeg tegen hem: “Rabbeinu zegt: Mijn tijd is nabij; Ik zal bij u Pesach houden met mijn talmidim.”
Vóórdat het Pesach kan worden gehouden, gaat er heel wat aan voorbereidingen aan vooraf. Proviand moet worden ingeslagen en hoe meer gasten, hoe meer proviand. Alles moet worden schoongemaakt, klaargemaakt en in die tijd hadden ze geen ovens en fornuizen zoals wij die vandaag de dag hebben. Dat ging vroeger op warm/heet gemaakte stenen en op roosters boven vuur. Het Pesach zelf moest in vuur geroosterd worden en voordat dat klaar is, ben je ook uren verder. Al met al had (en heb) je er letterlijk een dagtaak aan.

In de rest van dit boek en hoofdstuk is te lezen dat Yeshua zijn talmidim (leerlingen) heeft ingewijd in de geheimen. Niet langer waren ze zijn dienaren – aan wie je als Heer zijnde niet alles vertelt – maar zijn vrienden (hoewel nog steeds zijn talmidim, maar dat zullen ze altijd blijven). Ter voorbereiding op het offer dat onze Heer en God יהוה zou maken die volgende dag, gaf Yeshua zijn bloed aan hen te drinken en gaf hij zijn lichaam aan hen te eten, nadat hij het gebroken had. Zelf at en dronk hij daar niet van.

In dezelfde context kunnen we Johannes 13 ook lezen. Daar staat zelfs te lezen dat Judas Iskariot van tafel wegliep en men dacht dat hij nog wat voor het feest moest kopen, of aan de armen moest geven. Dit is iets wat men vóór het houden van Pesach doet, ter voorbereiding. Ook het geven aan de armen - / tsedaka / is iets wat traditioneel vóór het houden van Pesach en het Festival der Ongezuurde Broden wordt gedaan. Niet tijdens!

Dan is het nacht en Yeshua gaat met zijn talmidim naar de tuin, alwaar zij nog meer ingewijd worden. Hier wordt Yeshua ook gearresteerd en meegenomen en zijn talmidim vluchten alle kanten uit. Johannes en Petrus volgen op een afstand. Het is dan nog steeds de 13de van de Eerste Maand. Hij wordt diezelfde nacht in het Sanhedrin gebracht, alwaar de hogepriester zijn kleed scheurt (wat een hogepriester niet toegestaan was te doen) en Yeshua zeer vroeg in de morgen naar Pontius Pilatus werd gebracht. Die stuurde hem naar koning Herodas en op zijn beurt stuurde hij Yeshua weer terug naar Pontius Pilatus. De ochtend was inmiddels volop bezig en de middag zat eraan te komen, nog steeds de 13de van de Eerste Maand. Yeshua werd aan de paal/hout/boom/kruis geslagen en toen het de negende uur was (dat is ongeveer 15:00 uur) was het in Jeruzalem al avond en was de zon net onder gegaan. De 14de van de Eerste Maand was begonnen en in de Tempel werd door de priester het aller eerste lam geslacht en precies op dat moment gaf Yeshua de geest.

De Farizeeërs en Schriftgeleerden pleiten er dan voor dat de berechten zo snel mogelijk van het vloekhout worden gehaald en worden begraven, omdat hoog-sabbat eraan zat te komen. Namelijk, de 15de van de Eerste Maand, welke begint na de eerstvolgende zonsondergang (Johannes 19:31). Men moest ook nog voorbereidingen treffen voor de komende Pesach. De eerste lammeren werden geslacht en die van hen zal daar vast bijgezeten hebben. Voor de talmidim van Yeshua was het een bittere Pesach. Fysiek hebben zij er misschien niet veel aan gedaan. Geestelijk des te meer. Hun geliefde Rabbi en Adoni (Meester en Heer) was berecht en overleden. Met lans doorboord kwam bloed en vocht uit hem. Zijn lichaam werd in een grot gelegd en een grote zware steen werd ervoor gelegd. Geestelijk hadden ze Gods Lam tot zich genomen en hadden zij het bloed opgenomen en op de deurposten en bovendorpels van hun harten gesmeerd. En hun bittere kruid was het zien lijden en sterven van hun geliefde heer. Pas toen hij na zijn opstanding weer aan hen vertoonde, begonnen zij beetje bij beetje te begrijpen waarin hij hen allemaal ingewijd had. Vijftig dagen later, tijdens Shavu’ot (wekenfeest, beter bekend als Pinksteren) ontvingen zij de Ruach HaKodesh en begrepen ze alles.