Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons English

Home >> Artikelen " antithese" >> Wat is de Tempel en wanneer wordt deze herbouwd?

Ezechiël 37
Ezechiël 37 is een hoofdstuk wat gaat over de hereniging van alle stammen van Israël.

In het toekomende koninkrijk zullen er geen twee koninkrijken bestaan – het grote noordelijke, bestaande uit 10 stammen van Israël en het kleinere zuidelijke, bestaande uit 2 stammen van Israël – maar er zal 1 koninkrijk zijn met maar 1 koning.

Het is ADONAI2 יהוה, onze God, Zelf die hier via Zijn profeet Ezechiël spreekt. Degene die in de ogen van onze God dood zijn, beenderen die her en der liggen en geen vlees en ook geen ruach [roe’ach = wind; adem; geest] hebben, worden weer uit hun benarde posities bevrijd. Beenderen komen weer aan elkaar, vlees en pezen en alles wat erin en eraan hoort komen over deze beenderen heen en om ze daadwerkelijk ‘levend’ te maken, wordt de ruach in hun geblazen. In ditzelfde hoofdstuk wordt uitgelegd, wat onze God met dit beeld bedoelt. Dit blijkt “heel het huis Israël” (Ezechiël 37:16b) te zijn die in de ogen van onze God als dorre beenderen wordt gezien.

2. Letterlijk: “Mijn Heren”. In relatie tot God: "Grote, Verheven Heer"

Vanaf vers 16 wordt duidelijk dat onze God niet enkel de tot het jodendom bekeerde Israëlieten heeft bedoeld die in het toekomende koninkrijk zullen wonen. De Israëlieten, die Juda’s metgezellen zijn, zijn de mensen die van het voormalig noordelijk gelegen koninkrijk naar het zuiden zijn verhuisd en in het koninkrijk Judea zijn gaan wonen. En zo wordt met “Voor Jozef, het stuk hout van Efraïm, en van heel het huis van Israël, zijn metgezellen” het voormalig noordelijk gelegen koninkrijk bedoeld.

Onze God legt uit dat Zijn knecht David voor eeuwig hun nasi’ zal zijn (Ezechiël 37:25). “Nasi’” betekent “degene die opgeheven/gerezen is” en het betekent ook: chef; prins; kapitein; leider. Nasi’ komt van het stamwoord nasa, wat in actieve werkwoord “optillen; dragen; ondersteunen; volhouden; verdragen; nemen; wegnemen; wegdragen; vergeven” betekent. Een vers eerder legt onze God uit dat Zijn dienstknecht David hun koning [mèlech] zal zijn. (Voor Ezechiël 37:24-25, lees Psalmen 110 en Zecharia 6 eens.)

Onze God eindigt in dit hoofdstuk [Ezechiël 37] met zeggen dat Hij met de inwoners van dit koninkrijk een verbond van vrede [briet sjalom] zal sluiten en dat onze God Zijn Heiligdom [Mikdasjie = Mijn Heiligdom] in hun midden zal zetten tot in eeuwigheid. Onze God zegt dat Zijn verblijfplaats [Misjkanie = Mijn Verblijfplaats] bij hen zal zijn.

We hebben in dit hoofdstuk twee woorden die naar de Tempel kunnen verwijzen:

  1. Mikdash [miekdasj] מקדש
  2. Mishkan [miesjkan] משכן

Mikdash betekent “gewijde plaats; heiligdom; heilige plaats”. We zullen passages aanhalen waarin dit woord nog meer voorkomt.
Mishkan betekent “woonplaats; verblijfplaats”. In onze Bijbelvertalingen is het naar Tabernakel vertaald.

De letters mem מ – koef ק – dalet ד – sjien ש, die gezamenlijk het woord miekdasj vormen, vormen ook het woord moekdasj, wat gewijd; opgedragen; bestemd; geheiligd, heiligverklaard, afgezonderd betekent. Het woord mikdash komt ook in Exodus, Leviticus, Ezechiël en Amos voor.