Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons

Sabbat is alleen voor Israël


Hoort bij artikel: Sabbat שַׁבָּת sjabbaat
7 Nisan 5778 | 23 maart 2018

Opmerking:

“De Sabbatdag is aan Israël gegeven, niet aan de mensen in de periode tussen Adam en Mozes en ook niet aan de christenen.” Israël was slaaf, totdat God hun uit Egypte bevrijdde. Vandaar de Sabbat.
Deuteronomium 5:15 “Want u zult in gedachte houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat יהוה, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft יהוה, uw God u geboden de dag van de Sabbat te houden.”

Het is een logische gedachte van ons, denkende dat de mensen vanaf Adam tot aan de kinderen van Jakob – die “Israël” werd genoemd – geen regels en dus ook geen wetten opgelegd kregen en er daarom ook niet aan hoefden te houden. Hoewel logisch, is dit toch een onjuiste aanname van ons. Vooral omdat hiermee - met het oog op de stelling: "De Sabbat houden is Jezus niet accepteren" - wordt aangegeven dat een Israëliet ophoudt een Israëliet te zijn wanneer hij/zij de Messias, zoals in de Bijbel omschreven, (h)erkent en gelooft.

In het eerste boek, al vanaf de eerste hoofdstukken, werd aan Adam (en aan Eva) geboden niet van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Ook werd hen instructies gegeven wat voor hun tot voedsel dienden en wat niet voor hen tot voedsel bestemd was. Toen ze Gods gebod overtreden hadden en ze tot het besef kwamen dat zij beiden naakt waren, heeft onze God voor hen van dierenvellen kleding gemaakt. En daarmee heeft onze God voor Adam en Eva verzoening gedaan, door het slachten van de dieren en met het bloed dat daaruit vloeide. Van de huiden van deze dieren heeft onze God kleding (lees “bedekking”) voor Adam en Eva gemaakt.

In hetzelfde boek, maar dan een aantal hoofdstukken verder, staat het leven van Abraham omschreven. Voordat de aan hem beloofde zoon Izaäk geboren zou worden, kwamen drie mannen bij hem langs. Dit bleken twee engelen te zijn en de derde man bleek onze God te vertegenwoordigen. Hij vertelde Abraham en Sarah dat zij een jaar later weer door onze God bezocht zou worden en een zoon zouden hebben. Het Hebreeuwse woord wat in Genesis 18:14 naar “vastgestelde tijd” is vertaald, is lammo'eed לַמּוֹעֵד. De feesten van onze God, waarover we in Leviticus 23 kunnen lezen, zijn vastgestelde tijden: mo'addiem מוֹעַדִים. Een van de feesten is het feest van de Ongezuurde Broden, wat in het Hebreeuws chak hamatsot חַג הַמַּצּוֹת heet.

Sodom en Gomora en omliggende steden moesten worden vernietigd en de zoon van Abrahams overleden broer bevond zich in dat gebied. Na een smeekbede van Abraham voor niet alleen zijn familielid en diens huis, maar voor iedere ziel die in dat gebied woonde, worden we meegenomen naar het gebied zelf, en wel naar het familielid van Abraham: Lot. We zien dat twee van de drie mannen die bij Abraham hebben gegeten, door Lot worden opgemerkt. Hij nodigt ze in zijn huis uit om bij hem te komen eten. We lezen in Genesis 19:3 dat het voedsel uit ongezuurde broden bestond. Dit wordt tijdens Gods feest/festival 7 dagen lang gegeten.

Als we nu weer teruggaan naar het allereerste boek van de Bijbel, en wel naar het eerste hoofdstuk, dan lezen wij dat onze God door middel van de zon, de maan en de sterren aan het firmament te plaatsen, ons mensen een soort van kalender/klok heeft gegeven om de vastgestelde tijden [mo'addiem] te bepalen. In onze vertalingen is het naar “seizoenen” vertaald. Deze seizoenen, deze vastgestelde tijden, zijn niet alleen voor de latere generaties mensen. Ook voor de eerste mens en diens huis en nakomelingen heeft onze God de zon, maan en sterren als een soort van klok/kalender gegeven.