Our Yeshua (Immanuël)

Een verzameling van onze studies
Home Artikelen Over ons

Sabbat is een keten; christenen zijn vrij


Hoort bij artikel: Sabbat שַׁבָּת sjabbaat
7 Nisan 5778 | 23 maart 2018

Opmerking:

“De Sabbat is wettisch en dat is geketend zijn. Christenen zijn vrij.” Bevrijd uit de ketenen van de wet.
Galaten 4:1-26; Romeinen 6:14

In zijn brief aan de gemeente in Galatia, in het begin van het vierde hoofdstuk, schrijft Paulus dat een man - die dan wel de heer des huizes mag zijn, maar die nog niet de volle rijpheid of de religieuze volwassenheid heeft bereikt (een pas bekeerde) - dat hij niet verschilt van een dienaar/slaaf [eved]. Paulus schrijft dat zo iemand onder toezicht van voogden/bewakers en verzorgers is geplaatst, totdat de Heer des Huizes bepaald dat hij de eerdergenoemde volwassenheid heeft bereikt.

Het lijkt onbelangrijk, maar we moeten ons realiseren dat Paulus dit niet voor niets schrijft. Sterker nog, Paulus haalt dit aan ter vergelijking met ‘ons’. Paulus schrijft dat ook ‘wij’, toen wij nog onvolwassen waren, dat wij dienstbaar/tot slaaf gemaakt waren onder de grondbeginselen van deze wereld.
In de tijd van Paulus werd de wereld beheerst door de cultuur van de Romeinen en de Grieken. De Romeinen waren de heersers van de wereld, zoals in onze tijd de Amerikanen en de Britten min of meer de dienst uitmaken (in onze westerse samenleven). Ook in onze tijd herkennen we veel van het Romeinse en Griekse cultuur. Zowel toen als nu heerst er tegenstand wanneer wij volgens de gegeven regels/geboden van onze God – de God van Abraham, Izaäk en Jakob – willen leven. Wanneer wij, gesteund door onze God door middel van de Messias, ons leven geven en wij door willen zetten om volledig in en bij onze God te leven, dan merken wij dat dit niet zonder slag of stoot gaat. We zullen het een en ander moeten leren (en afleren).
Paulus schijft in Galaten 4:4 dat wanneer de volheid der tijden is gekomen, dat יהוה toen Zijn Ben HaElohim [Zoon (van) De God] heeft gezonden [2 Sam. 7:14; Ps. 2:7; 89:27], geboren uit een vrouw [Gen. 3:15; Jes. 7:14; Mic. 5:2], geboren onder de Torah (vaak vertaald naar wet).

Het ‘onder de wet/Torah’ zijn, betekent dat wij iets hebben gedaan waarbij wij een of meer regels hebben overtreden. Een andere regel treedt dan in werking waarin de straf wordt voorgelegd en dit concept heet ‘wet’.
Nu geef ik onmiddellijk toe dat het erg vreemd (zachtjes uit gedrukt) is te denken dat Yehoshua [Jezus] bij zijn geboorte al gelijk een overtreding heeft begaan. Als wij echter vers 5 lezen, dan zien we wat Paulus met deze opmerking bedoeld heeft. Paulus schrijft namelijk dat de Messias dan de verlossing brengen zou aan degenen die onder de Torah (wet) zijn [wij] opdat wij de ‘aanneming tot kinderen’ verkrijgen zouden.

Wanneer wij deze genade – wat dat is het; ‘genade’ is een gratie, een gunst, een vergiffenis … een situatie waarin ons de verdiende straf niet wordt gegeven – dankbaar in onze harten aannemen, dan zal יהוה, onze God, de Ruach [Geest, Wind, Adem] van Zijn zoon [Ben HaElohim] in onze harten zenden, waardoor wij “ABBA, AVINU! [Papa, onze Vader]” uitroepen (Galaten 4:6).

De wet waarvan wij bevrijd zijn door Jezus de Christus is de wet van de zonde en de dood. Ons is genade gegeven, wat betekent dat wij de doodstraf die wij verdiend hebben niet hoeven te ondergaan. Wie de Bijbel heeft gelezen, weet dat onze God Zijn volk, Zijn kinderen straft wanneer zij … wij … Zijn Instructie [Torah] niet navolgen. Wanneer er in Zijn Instructie een regel/gebod staat waar wij ons aan dienen te houden en we doen dit niet, dan kunnen wij in dezelfde Instructie lezen wat de gevolgen daarvan zijn. We dienen echter wel realistisch te zijn! Van baby’s en kinderen kunnen wij niet verwachten dat ze alle regels van haver tot gort weten en deze tot in de puntjes kunnen opvolgen. In Handelingen lezen wij dat Petrus zegt dat zelfs de voorouders moeite hadden met het stipt navolgen van Gods Instructie. Wij, als pas bekeerden, zijn baby’s en kinderen. Er kan van ons niet worden verwacht dat wij Gods Instructie tot in de puntjes weten en deze op kunnen volgen. Dat vergt tijd! We moeten Zijn Instructie [Torah (wet)] dan ook helemaal niet gebruiken om te worden gered. Alleen genade, wat geleid wordt door Zijn Liefde, redt ons!

Jullie [geschreven tot de Galaten] onderhouden de dagen en de maanden en de mo’adim (vastgestelde tijden, festivals) en jaren.
Ik vrees voor jullie, misschien dat ik tevergeefs aan jullie gewerkt heb.
__ Galaten 4:10-11

Jullie willen gerechtvaardigd met God zijn door bureaucratie/juridische rechtvaardiging [chumra] door de wetten [chukim] van de Torah [Instructie, Leer]. Jullie hebben je van de Messias vervreemd; op dat punt zijn jullie van de genade van יהוה weggevallen.
__ Galaten 5:4

Paulus schrijft niet dat zij niet meer de vastgestelde tijden – Gods feesten/festivals – moeten onderhouden, maar dat ze moeten stoppen te doen alsof ze gered en gerechtvaardigd worden als ze Zijn feesten/festivals onderhouden. Hetzelfde met de besnijdenis. Dit doe je om aan te geven dat je tot Zijn volk behoort; dat in Jezus naam jij tot een van de zonen van Abraham behoort. Niet dat je hiermee je (geestelijke) leven redt!

Nadat ons de Ruach is gegeven en wij daardoor “ABBA, AVINU” uitroepen tot onze God, zijn wij niet langer dienaren/slaven [eved], maar zonen/dochters [zoon = ben; dochter = bat]. En wanneer wij zonen/dochters zijn, dan ook erfgenamen! (Galaten 4:7)

Want zonde zal geen zeggenschap meer over jullie hebben, want jullie zijn niet onder het tijdperk van Torah, maar onder het tijdperk van genade.
Wat dan? Zullen wij ongehoorzaam zijn omdat we niet meer onder het tijdperk van de Torah zijn? Laat dat ver van ons zijn!
Weet je dan niet dat wanneer jij je overgeeft als iemands slaaf/dienaar om hem te gehoorzamen, dat jij dan een slaaf/dienaar bent van degene die jij gehoorzaamt, hetzij zonde wat tot de dood leidt, of luisterend naar de stem van יהוה wat tot eeuwige rechtvaardiging leidt?
Maar gezegend is יהוה dat jullie slaven/dienaars van de zonde waren, maar dat jullie gehoorzaamheid van het hart tot het patroon van de Torah [Instructie, Leer] hebben gegeven [Jesaja 42:4] waaraan jullie werden overgedragen.
Nu jullie bevrijd zijn van de zonde, werden jullie dienaars/slaven van de rechtvaardigheid van God.
____ Romeinen 6:14-18

… dienaars/slaven van de rechtvaardigheid van God, totdat wij zover zijn ontwikkeld dat wij Zijn zoon/dochter kunnen worden genoemd. Dit gaat ons niet lukken als wij wel Zijn genade ontvangen, maar hier verder niets mee doen.